Wie, wie van ons 2 Maakt van de ander, weer terug een 1 Wie, wie van ons 2 Maakt van de ander, weer terug een 1 Wie van ons 2, wie van ons 2 zet de stap Wie maakt er een einde aan wat voor altijd zou moeten zijn Wie zit zonder reserve, wie mist er de kracht Wie leeft er samen maar apart, wie heeft er genoeg van Wie verliest wie uit het oog, heeft op een ander meer bekijks Wie voelt zich verwaarloosd stelt een slechte prioriteit Wie voelt zich veel te vertrouwd met den overkant En denkt niet verder dan z'n plateau tijdens het ontbijt Wie, verleert om het subliem te maken Wie, vergeet dat we ooit subliem waren Wie legt er daar nog tederheid in de zoen Wie fluistert nog een laatste ik hou van u in et oor Wie, wie van ons 2 Maakt van de ander, weer terug een 1 Wie, wie van ons 2 Maakt van de ander, weer terug een 1 Wie van ons 2, wie van ons 2 zet de stap En legt de ring met beloftes voorgoed weg op de kast Voor wie is het huwelijk, alleen nog maar travak Niets is eeuwigdurend, niets blijft, waarom dan wij Wie breekt er onder druk, de plicht, de karwei Wie heeft geen zin meer in opsmuk en het forceren van de lach Wie mist de lust, wie misgunt den ambras Wie gaat er slapen met 't gedacht alles is voorbij En wie, stelt er alleen nog maar vragen Wie, gaat z'n schouders ophalen Wie legt er daar nog tederheid in de zoen Wie fluistert nog een laatste ik hou van u in et oor Wie, wie van ons 2 Maakt van de ander, weer terug een 1 Wie, wie van ons 2 Maakt van de ander, weer terug een 1 Wie, wie van ons 2 Laat de 1 achter, terug naar alleen Wie, wie van ons 2 Laat de 1 achter, terug naar alleen Wie