Zo vreemd dat de kindertijd maar niet geneest
We blijven allemaal tot het einde patiënt

Volwassenheid he zo z'n eigen portie
Geloof me vrij, we zijn er nog nie

Het verleden is ne tak die maar nie buigt
Hij strekt zich zelfs tot in mijn dromen uit

De jurk van de kardinaal is 'n rood waas
Sommige dingen hadden nooit mogen gebeuren vertel

Ik vertel U alles over vogel en bij
Over de Farizeeën en de brandende struik

Nu zijn er kouwe handen op uw hoofd
De jurk van de kardinaal is karmazijn rood

Ooh...

Zo vreemd dat de kindertijd maar niet geneest
We blijven allemaal tot het einde patiënt